In oven gegaarde Ierse biefstuk met sjalotten-wijnsaus

Voorbereiden

  1. Neem de biefstukken uit de koelkast en dep ze droog met keukenpapier.
  2. Verwarm een klontje van de boter in een sauspan op een lage stand en fruit de sjalotten in 5-8 minuten goudbruin en zacht. Voeg de knoflook en laurier toe en fruit nog een halve minuut mee. Giet de wijn en fond in de pan en laat op middelhoge stand tot een derde inkoken. Neem de laurier uit de pan en zet de saus weg tot later gebruik.

Bereiden

  1. Verwarm de oven voor op 100°C. Snijd de aardappelen in stukken. Kook ze in ruim water met een schep zout in circa 20 minuten gaar. Giet ze af in een vergiet en doe ze terug in de pan.
  2. Bestrooi het vlees rondom met zout en peper. Verhit 1 theelepel boter en 1 eetlepel olie op middelhoge stand tot de boter niet meer bruist. Zet de warmtebron iets hoger en schroei de biefstukken in een paar minuten rondom aan. Leg het vlees op de bakplaat en schuif 5-10 minuten voor het serveren in de oven.
  3. Verwarm de melk en boter in de magnetron (2 minuten op 400 Watt). Stamp de aardappelen fijn. Giet de warme melk en boter er geleidelijk bij en klop er stevig doorheen. De puree wordt dan luchtig en romig. Voeg naar eigen smaak peper toe.
  4. Rooster de walnoten en pecannoten in een droge koekenpan tot ze gaan geuren. Voeg een beetje zout en peper toe en schep dit notenmengsel door de hete puree.
  5. Verhit vlak voor het serveren de saus, maar laat niet koken. Klop met een garde de rest van de boter erdoor om de saus te binden. Klop eventueel nog wat extra boter erdoor voor een dikkere saus en breng op smaak met zout en peper.
  6. Leg de biefstukken op voorverwarmde borden, schep er een lepel sjalottensaus over. Serveer met de aardappel-notenpuree en met groene groente.

Ingrediënten

  • 4 Ierse biefstukken
  • 0.5 theelepel boter
  • 1 eetlepel olijfolie
  • 1 kilo kruimige aardappelen (geschild)
  • 200 ml melk
  • 100 gram boter
  • 200 gram walnoten (grof gehakt)
  • 200 gram pecannoten (grof gehakt)
  • voor de saus
  • 40 gram boter (in kleine blokjes, ijskoud)
  • 4 sjalotjes (gepeld, in kwarten)
  • 0.5 teentje knoflook (geperst)
  • 1 laurierblaadje
  • 300 ml volle rode wijn
  • 200 ml runderfond (pot)